Voedingswaarde label & etiketten 4.5/5 (2)

Ontcijfer het etiket

Je hoort en leest heel vaak: lees de etiketten op de verpakking!
Dat is wat we doen met een koolhydraatarme levensstijl, letten op de koolhydraten. Maar waar zit dat allemaal in? Juist ja, in (bijna) alle industrieel vervaardigde voedingsmiddelen, maar ook in vers voedsel zoals groenten en met name fruit.

Een product moet immers lang goed blijven en er mooi uit zien. Daar zijn allemaal additieven voor nodig, waaronder een heel scala aan e-nummers, maar daarover in een ander artikel meer.
Nu gaan we het hebben over de etiketten en de labels op verpakkingen.
Hoe moet je die nu lezen, als je ze al kan lezen zonder bril?

Etiketten per 1-1-2015

Op de meeste voedingsmiddelen zitten etiketten met voedselinformatie. Als je gezond wilt eten, is het handig om de informatie op het etiket te begrijpen. Ik zet de belangrijkst zaken voor je op een rijtje.
Door: WeightWatchers , aangepast en bewerkt door Jolanda Peeters

Er is een nieuwe wetgeving van kracht die al mag worden toegepast en per 13 december 2014 verplicht wordt. Zo dient de voedselinformatie goed leesbaar te zijn, moeten alle sterke allergenen, en het land van oorsprong van vlees en gevogelte worden vermeld. Er mogen ook geen misleidende termen worden gebruikt. Per 13 december 2016 moeten alle verpakkingen zijn voorzien van een voedingswaarde-declaratie.

Reken maar uit
Het kan zijn dat je de koolhydraten en bv de vetten wilt berekenen van een voedingsmiddel. In dat geval heb je de voedingswaarde nodig, namelijk het gehalte aan koolhydraten, suikers, eiwitten, vetten en verzadigde vetten, voedingsvezels en natrium.

Omvang van porties
De voedselinformatie op etiketten geeft de voedingswaarden voor een product ‘per 100g/ml’ en soms ook ‘per portie weer’. Om de juiste koolhydraten te berekenen is het belangrijk om het gewicht van je portiegrootte mee te nemen in je berekening.

Per 100g of 100ml
Omdat de omvang van ‘één portie’ per fabrikant kan verschillen, is de kolom ‘per 100g’ of ‘per 100ml’ de beste manier om de voedingswaarden van gelijksoortige producten te vergelijken.

Energie
Energie kun je aflezen uit de voedingswaardetabel. Het wordt weergegeven in kilojoule (kJ) en in kilocalorieën (kcal), 1 kcal staat gelijk aan 4,2 kJ. Meestal spreken we bij voedingsmiddelen over (kilo)calorieën.

Eiwitten
Dit is de totale hoeveelheid eiwitten (ook wel proteïne) die het voedingsmiddel bevat per 100 gram/ml of portie, gemeten in grammen.

Vet
Dit is de totale hoeveelheid vet in grammen per 100 gram/ml product of per portie. Vetten bevatten de meeste calorieën van alle voedingsstoffen. Een vetrijk product is een product dat prima past binnen een koolhydraatarm dieet . Je hebt gezonde onverzadigde vetzuren en de vetoplosbare vitamines nodig om goed te functioneren, onder andere te vinden in de meeste plantaardige oliën.

Verzadigd vet
Verzadigde vetten, die vooral voorkomen in vet vlees en vleeswaren, boter, reuzel, kaas, koeken, gebak, palmolie, kokosolie en cacaoboter, verhogen het risico op hart- en vaatziekten. Kies bij voorkeur voedingsmiddelen met een laag gehalte aan verzadigd vet. Kokosolie is de uitzondering op deze regel aangezien de ketens van de olie geen invloed hebben op je lever.

Koolhydraten
Dit is de totale hoeveelheid koolhydraten per 100 gram/ml product of per portie. Daaronder vallen zowel suikers, als complexe koolhydraten (zetmeel) die langzamer worden opgenomen. In een koolhydraatarm dieet zijn ook de complexe koolhydraten niet raadzaam om te nemen, ondanks dat het goede koolhydraten zijn. Koolhydraten in welke vorm dan ook beïnvloeden je vetverbranding en zorgen voor minder en langzamer gewichtsverlies. Alles wat minder dan 3 gr KH per 100 gram bevat kun je gewoon gebruiken. Bij meer KH per 100 gr moet je hele kleine hoeveelheden gebruiken en goed opletten. Als je er gevoelig voor bent dan kan dit een reden zijn dat je bv niet of nauwelijks gewicht verliest.

Suikers
Dit zijn de natuurlijke en toegevoegde suikers. Op sommige verpakking staat vermeld ‘zonder toegevoegde suiker’, maar deze producten kunnen nog wel natuurlijke suikers bevatten.

Natrium of zout
In de voedingswaardetabel vind je de hoeveelheid zout of natrium in grammen (of milligrammen) per 100 gram product of per portie. Zout (NatriumChloride) bestaat voor 40% uit natrium. Om van zout naar natrium te rekenen, vermenigvuldig je het zout met 0,4. Om natrium om te rekenen naar zout vermenigvuldig je natrium met 2,5. Er zit veel verborgen zout in voedingsmiddelen. We krijgen te veel zout binnen via onze voeding, wat kan leiden tot een hoge bloeddruk en nierschade. Het stofje natrium is hiervoor verantwoordelijk. Kies bij voorkeur voor producten met een lage hoeveelheid zout of natrium.

Overige productinformatie
Hieronder enkele tips voor het ontcijferen van de overige termen en informatie die je op het etiket van een product kunt aantreffen: Als een product claimt dat het ‘rijk aan vezels’ of ‘rijk aan calcium’ is, moet het etiket informatie over die voedingsstof bevatten. Kijk ook naar andere voedingsclaims op etiketten:
• Light betekent dat er 30% minder vet óf suiker óf calorieën in een product zitten dan een vergelijkbare variant.
• Vetarm betekent minder dan 3% vet in vaste voedingsmiddelen en minder dan 1,5% in vloeibare producten.
• Vetvrij betekent dat het product minder dan 0,5% vet bevat.
• Natriumarm houdt in dat het product maximaal 0,12 gram natrium of 0,3 gram zout per 100 gram of 100 ml product bevat.

Ingrediënten
Ingrediënten worden op gewicht in aflopende volgorde opgesomd. Het ingrediënt dat het eerst wordt genoemd is dus het meest in het product aanwezig. Als suiker en zetmeel op de eerste 4 plekken staat, dan is het product NIET geschikt voor kharm eten.

‘Ten minste houdbaar tot’ en ‘te gebruiken tot’
Op verpakking kun verschillende soorten houdbaarheidsdata staan, namelijk een THT-datum (ten minste houdbaar tot) of een TGT-datum (te gebruiken tot). Dit geldt voor ongeopende verpakkingen.

Op producten die niet snel bederven staat een THT-datum. Na de THT-datum kan de kwaliteit van het product achteruit gaan. Je kunt het dan vaak nog wel veilig eten. Er zijn ook producten met een THT-datum die je gekoeld moet bewaren. Dit zijn vaak wel bederfelijke producten zoals vleeswaren, eieren, zachte kaas en gebak. Voor deze producten geeft de THT-datum wel goed aan hoe lang je een product veilig kunt bewaren.

Op producten die zeer bederfelijk zijn staat een TGT-datum. De TGT-datum is de laatste dag waarop het nog veilig is om het product te eten en na deze datum kun je het product beter weggooien. Houd er rekening mee dat voedsel moet worden gebruikt voor afloop van deze houdbaarheidsdatum.

Er zijn ook voedingsmiddelen waarbij volgens de wet geen houdbaarheidsdatum verplicht is. Sommige voedingsmiddelen, zoals brood, hebben een datum ‘verpakt op’ of ‘gebakken op’, zodat je kunt zien hoe vers het product is.

Hoe lezen wij nu de koolhydraten?
Op producten uit de EU staat automatisch de NETTO koolhydraten vermeld. Hier trek je dus NIETS vanaf (geen suiker en geen vezels). Wel mag je de polyolen eraf trekken, maar hier kom ik op terug in dit artikel : Polyolen (suikeralcoholen) tellen of niet? . Het aantal koolhydraten wat er op staat , zit er ook in.

Op producten uit de USA staat het BRUTO aantal koolhydraten vermeld. Hier mag je de vezels vanaf trekken en ook de polyolen. Vaak zie je op die verpakkingen bruto en netto carbs vermeld staan. De netto carbs tellen dus.

LET OP
De voedingswaarden hier op de website zijn berekend met een amerikaans software systeem. Dit betekent dus dat de BRUTO koolhydraten vermeld staan en je de vezels er van af moet trekken.
Heeft iets 8 gr koolhydraten en 2 gr vezels dan zijn de netto koolhydraten 6 gr .

Je vind de voedingswaarde aan de rechter zijkant van het recept in de menubalk.
Ivm het invoeren van de voedingswaarde zijn nog niet alle recepten voorzien van een voedingswaarde label hier op de pagina. Het is een enorm tijdrovend karwei.

Print Friendly

Please rate this